Direct naar de content Direct naar de hoofdnavigatie Direct naar de footer
Lid worden

Zo breng je meer variatie in je training

Week in week uit geef je met veel enthousiasme wandeltraining aan je groep. Iedere week probeer je weer een gevarieerde training aan te bieden, maar ergens verzand je toch weer in dezelfde oefeningen en spelvormen.

Deelnemers wandeltraining moeten lachen op een grasveld

Uit de poll die we in mei 2026 verstuurden, kwamen jullie drie grootste uitdagingen duidelijk naar voren: omgaan met niveauverschillen, nieuwe oefeningen bedenken en gevarieerde training aanbieden. Niet zo gek, want het zijn ook precies de dingen waar je als trainer elke week mee te maken hebt. Je wil dat mensen met plezier terugkomen. Dat vraagt meer dan een nieuwe route bedenken.

Lysbet Heeres-Faber is al jaren wandeltrainer en opleider bij de KWbN. Ze ontwikkelde een boekje vol speelse warming-up vormen en oefenstof, speciaal voor wandeltrainers die meer variatie in hun training willen brengen. We vroegen haar hoe ze dat zelf aanpakt.

Creativiteit leer je, ook buiten de opleiding

Lysbet heeft haar creativiteit als trainer voor een groot deel te danken aan haar opleiding tot seniorensportleider. “Een goede sportles voor senioren geven vereist heel veel creativiteit. Je moet goed kijken naar wat deze doelgroep nog kan en wat je daarmee kan doen in je training. Dat heeft me geleerd om te kijken naar mogelijkheden in plaats van beperkingen.”

Met die blik kijkt ze bijvoorbeeld ook naar materialen die ze kan gebruiken in haar trainingen. “Ik ga weleens naar de Hema of een speelgoedwinkel om inspiratie op te doen voor spelmaterialen. Dan denk ik: hé, daar kan ik iets mee. Laatst vond ik buisjes met gekleurd water die je heen en weer kunt bewegen, die wegen niks en kosten bijna niks, maar geven wel weer een andere draai aan je oefeningen.”

Klein en licht materiaal heeft haar voorkeur, zodat ze het gewoon mee kan nemen naar de training. En als iets zwaarder is, deelt ze het uit aan het begin en levert de groep het aan het eind weer in.

Ballen en pionnen op een grasveld
Foto: Pexels/Messala Ciulla

Een speels element maakt het verschil

Wat Lysbet steeds terugziet: zodra er een speels element in de training zit, ontspant de groep. “Iedereen gaat lachen en is lekker bezig. Eventuele stress en zorgen verdwijnen even en ze zijn echt in het moment.”

Ze zet spelelementen wel doelbewust in. “Ik doe geen spelletje om maar een spelletje te doen. Ik heb er altijd een doel bij: breintraining, versnelling, coördinatie. Het spelelement zorgt dat deelnemers met iets anders bezig zijn dan de inspanning zelf. Zo rennen ze achter een bal aan zonder dat ze doorhebben dat ze eigenlijk intervallen lopen.”

Ze bouwt alle oefeningen rustig op en voelt goed aan wat de groep wil en kan. Niet elke oefening werkt even goed bij elke groep. Dat wat niet aanslaat, schrapt ze uit haar programma. Maar ze heeft nog nooit meegemaakt dat iemand zei: hier kom ik niet voor.

Werken met een periodeplan

Lysbet werkt met periodeplannen van zes tot acht weken. Ze begint met een wandeltest, traint gericht op een doel, en sluit de periode af met een wandeltocht. “Een twee-kilometerstest of een zes-minutenwandeltest geeft inzicht in het niveau van de deelnemers. Aan het eind van de periode herhaal ik de test, zo kunnen we goed zien of mensen gelijk zijn gebleven of vooruit zijn gegaan.”

Dat testen levert soms meer op dan verwacht. Ze vertelt over een man in haar groep die bij een test opeens slecht scoorde, terwijl hij zei zijn best te doen. Lysbet stuurde hem naar de dokter. Hij bleek vier omleidingen nodig te hebben. “Hij is echt geopereerd voordat hij een hartaanval kreeg. Dat had de test opgeleverd.”

De afsluiting van zo'n periode is altijd een wandeltocht, met koffie of een restaurantje. En vrijwel altijd ontdekken mensen dan plekken in hun eigen omgeving die ze nog nooit hadden gezien. “Dan zeggen mensen: ik woon hier al dertig jaar en ben hier nog nooit geweest. Dat vind ik ook de uitdaging van de trainer.”

Dag Van De Wandelexpert Robin Wagenaar
Foto: Robin Wagenaar

Waar vind je inspiratie?

Lysbet heeft zelf veel inspiratie gehaald uit het boek ‘Samen lopen’ van Peter Klos. Helaas is dit boek moeilijk meer te verkrijgen. Zelf heeft ze ook een boekje gemaakt met speelse warming-up vormen en oefenstof. Hierin vind je verschillende oefeningen en spelvormen die je direct kunt gebruiken in je training.

Ze raadt ook aan om eens bij een collega mee te kijken. “Het is heel leuk en inspirerend om te zien hoe anderen hun training geven en welke oefeningen ze gerbuiken. Zo leren we van elkaar.” De Dag van de Wandelexpert is daar een mooie gelegenheid voor, maar zoek vooral ook contact met een trainer in de buurt.

Aan de slag

Om je direct inspiratie te geven, deelt Lysbet twee van haar favoriete oefeningen die je in je komende training kunt gebruiken.

Spakenloop

Doel: wandelen in wisselend tempo, bewust kiezen voor een pad

Opstelling: vanuit een centraal punt lopen meerdere paden naar buiten (liefst 5), als de spaken van een wiel. Je kunt hiervoor een 5-sprong van paden gebruiken, of op een groot veld met pylonen een cirkel uitzetten met 5 of meer "paden" vanuit het midden.

Uitvoering:

  • Variatie 1:
    • Pad 1: heen 30 stappen op tempo en rustig terug
    • Pad 2: heen 40 stappen op tempo en rustig terug
    • Pad 3: heen 50 stappen op tempo en rustig terug
  • Variatie 2:
    • Pad 1: heen 30 stappen en terug 27 stappen
    • Pad 2: heen 40 stappen en terug 36 stappen
    • Pad 3: heen 50 stappen en terug 45 stappen
  • Variatie 3: Op signaal omkeren en teruglopen

Als de paden verschillend zijn in ondergrond en zwaarte van lopen, kan men bewust kiezen welk pad men neemt voor het kortste aantal stappen en welk pad voor het langste aantal stappen.

Je kunt de verschillende spaken ook gebruiken voor bijvoorbeeld techniekoefeningen. Ieder pad bouwt dan op in bepaalde stappen van de wandeltechniek.

Dobbelsteenloop

Doel: conditie en coördinatie, met een spelend element

Materiaal: dobbelstenen, pylonen (6 stuks)

Opstelling: verspreide pylonen over het veld, genummerd 1 t/m 6

Uitvoering:

Maak viertallen en geef ieder viertal een dobbelsteen. Deelnemers gooien omstebeurt met de dobbelsteen en lopen naar de pylon met hetzelfde getal. Elk getal mag maar 1 keer gegooid/gelopen worden.

  • Variatie 1: Houd de volgorde 1-2-3-4-5-6 aan. Deelnemers gooien omstebeurt, pas als ze het juiste aantal ogen gooien, mogen ze gaan lopen. Welk viertal heeft als eerste alle zes de pylonen aangetikt?
  • Variatie 2: Zet 6 pylonen op een rij. Het aantal lopers wordt aangegeven door het aantal ogen dat gegooid wordt.
  • Variatie 3: Zet 6 pylonen op een rij. Het aantal ogen geeft het aantal te lopen pylonen aan.
  • Variatie 4: Tel het aantal ogen/gelopen pylonen op, wie heeft het eerst 60 punten?
  • Variatie 5: Start met 60 punten en trek het aantal ogen/gelopen pylonen daarvan af. Wie komt het eerst precies op nul uit?

Waarom dit werkt? Deelnemers zijn veel meer bezig met tellen, dan met de afstand en de intensiteit van het wandelen.

Lysbet Heeres
Lysbet Heeres-Faber

Bestel het boekje 'Speelse warming-up vormen en oefenstof voor wandeltrainers

Het boekje ‘Speelse warming-up vormen en oefenstof voor wandeltrainers’ van Lysbet Heeres-Faber is voor € 20,- inclusief verzendkosten te bestellen. Stuur hiervoor een e-mail met je naam en adres naar l.heeres@kwbn.nl.