Direct naar de content Direct naar de hoofdnavigatie Direct naar de footer
Lid worden

Deel 4 Marketing & communicatie voor wandeltrainers

Contentstrategie: wat deel je (online en offline) zodat je deelnemers aan je bindt

In Deel 1 zijn we aan de slag gegaan met je doelgroep, daarna hebben we in Deel 2 gekeken hoe je ze aanspreekt en in Deel 3 zijn we aan de slag gegaan met de verschillende kanalen om ze te bereiken. Al deze onderdelen zijn onderdeel van je contentstrategie. Daar gaan we vandaag een stap verder mee.

Groep mensen wandelend in het bos
Foto: Theo Tangelder

Auteur: Wanda Catsman

Misschien herken je dit wel. Je hebt een Instagram account, Facebookgroep of LinkedIn profiel aangemaakt, maar wat plaats je dan? Want steeds opnieuw moeten bedenken wat je “nu weer eens” moet delen, kost heel veel tijd.

In dit artikel met werkblad leer je een simpele basis neer te zetten, zodat je communicatie herkenbaar wordt, zonder dat het je heel veel werk kost.

Wat is een contentstrategie?

Contentstrategie klinkt groter dan het is. Je hoeft geen marketingmachine te worden of elke dag iets te plaatsen. Zeker niet als je lokaal werkt en je training op vaste tijden geeft.

Je contentstrategie helpt je bij het maken van keuzes in de soorten boodschappen die je vertelt, de vorm waarin je dat doet, wanneer je het plaatst en het doel wat je daarmee wil bereiken. Door daar vooraf over na te denken, wordt jouw communicatie consistenter en makkelijker vol te houden. Het gaat dus vooral niet om heel veel posten en vooral promoten, maar een balans vinden die past bij jou en jouw doelgroep.

Waarom herhaling werkt

In deel 1 van deze reeks las je al dat uit het KWbN Wandelonderzoek 2025 onder bijna 2.500 wandelaars blijkt dat 42% nog nooit heeft gehoord van wandeltraining of -coaching. Dat betekent dat je regelmatig zichtbaar moet zijn om deze doelgroep te bereiken.

Jouw boodschap mag dus vaker terugkomen, in verschillende vormen, met verschillende voorbeelden. Dan gaat iemand je herkennen. En herkenning is de brug naar vertrouwen.

De contentmix

Een sterke contentstrategie is een mix van verschillende contentsoorten en formats. Mensen komen niet alleen naar jou voor informatie, maar ook voor motivatie en inspiratie.

Je kunt je content grofweg verdelen in zes contentsoorten. Die samen zorgen voor een natuurlijke balans.

  • Connectie: laat zien wie je bent als trainer, hoe jij kijkt naar wandelen, wat jij belangrijk vindt;
  • Conversatie: stel vragen, laat mensen reageren, maak een connectie met je doelgroep;
  • Educatie: leer iets kleins en concreets, een inzicht, een tip of een veelgemaakte fout;
  • Inspiratie: ga in op het verlangen van je doelgroep (rust, vrijheid, trots, energie), zodat ze denken “dit wil ik ook”;
  • Ontspanning: iets lichts, bijvoorbeeld herkenning, humor, een klein moment;
  • Promotie: hier doe je je aanbod van nieuwe trainingen, instapmoment, proefwandeling, startdatum etc.

De fout die vaak gemaakt wordt: trainers doen vooral aan promotie en educatie. “Kom meedoen” en “hier is een tip”. Terwijl juist de connectie, conversatie en inspiratie ervoor zorgen dat je mensen boeit en bindt.

Denk in formats

Een format is een terugkerende vorm, een rubriek, een vaste kapstok. Daardoor hoef je niet steeds een nieuw onderwerp te bedenken. Je herhaalt de vorm, je wisselt alleen de inhoud.

Hieronder staan ter inspiratie een aantal formats die je zowel online als offline kunt gebruiken.

Format 1: Mijn kijk als wandeltrainer

Soort: Connectie

Waarom dit werkt: je bouwt vertrouwen op omdat mensen jou leren kennen.

Voorbeelden:

  • “Waarom ik wandelen nooit ‘gewoon lopen’ noem.”
  • “Wat ik het liefst eerder had uitgelegd aan nieuwe deelnemers.”

Format 2: Vraag van de week

Soort: Conversatie

Waarom dit werkt: je gaat het gesprek aan en hoort (gratis!) welke woorden en twijfels er leven onder jouw doelgroep

Voorbeelden:

  • “Waar krijg jij last van als je verder wandelt?”
  • “Wat is voor jou een reden om niet te gaan wandelen?”

Format 3: Veelgemaakte fout

Soort: Educatie

Waarom dit werkt: je helpt iemand sneller vooruit, je laat zien dat jij snapt waar het misgaat en kunt tips geven hoe het wel moet.

Voorbeelden:

  • “De grootste fout bij trainen voor 40 km: elke week ‘gewoon wat verder wandelen’.”
  • “Waarom ‘even doorbijten’ bij blaren meestal niet is wat je moet doen.”

Format 4: Mijn wandeling

Soort: Inspiratie

Waarom dit werkt: je laat zien dat wandelen onderdeel is van jouw leven en je koppelt het direct aan een gevoel of inzicht waar de ander iets aan heeft.

Voorbeeld:

  • “Vandaag ging ik tijdens de lunch toch naar buiten, ook al regende het pijpenstelen.  En weet je wat? Zelfs in dat korte rondje, merkte ik dat er meer ruimte kwam in mijn hoofd.”
  • “Vandaag liep ik een prachtige Trage Tocht rond mijn woonplaats. Ondanks dat het genieten was, voelen de laatste kilometers altijd zwaar. Wat mij dan helpt is een kleine beloning bedenken voor als ik thuis ben. Bijvoorbeeld een warm bad of een lekkere kop thee met een chocolaatje”

Format 5: Mini-momentje herkenning

Soort: Ontspanning

Waarom dit werkt: herkenning (en een beetje humor) is deelbaar en houdt je communicatie luchtig.

Voorbeelden:

  • “Wanneer je net lekker loopt en je veters besluiten los te gaan...”
  • “Dat korte ommetje van 30 minuutjes… en ineens is het 2 uur later.”

Format 6: Promotie met bewijs

Soort: Promotie

Waarom dit werkt: je laat zien wát je aanbiedt, maar je koppelt het aan resultaat of ervaring. Daardoor voelt het minder als ‘verkopen’.

Voorbeelden:

  • “Volgende week start er een nieuwe groep. Dit is wat deelnemers uit de vorige ronde zeiden…”
  • “Twijfel je? Kom 1x proeflopen. Dan weet je binnen een uur of dit bij je past.”

Bedenk voor jezelf een aantal van dit soort formats. Het geeft richting aan je uitingen en je kunt ze eenvoudig op verschillende kanalen toepassen.

Online én offline: dezelfde boodschap, andere verpakking

Als je lokaal werkt, is offline zichtbaarheid vaak net zo belangrijk als online. Het verschil zit ’m niet in de boodschap, maar in de verpakking.

Denk in twee lagen:

Laag 1: de kernboodschap (die blijft gelijk)

“Ik help jou wandelen zonder klachten en met vertrouwen.”

Laag 2: de vorm (die pas je aan per plek)

  • Instagram: korte video of foto + 3–5 zinnen;
  • Wijkblad: mini-verhaal met een concrete tip;
  • Poster bij de fysio: één probleem + één oplossing + QR naar je website;
  • Bibliotheek/wijkcentrum: aankondiging van een proefwandeling + korte toelichting.

Je hoeft dus geen extra content te maken. Je hergebruikt dezelfde formats, maar je giet ze in een andere vorm.

Zo maak je je uitingen herkenbaar

Mensen beslissen in een paar seconden of ze verder kijken of lezen. Een paar simpele principes die helpen om de aandacht te grijpen en vast te houden:

  • Eén boodschap per uiting. Niet drie tips, twee data en een verhaal in één post.
  • Schrijf simpel. Korte zinnen. Gewone woorden. Zodat het snel te begrijpen is.
  • Gebruik echte foto’s. Van jou, je wandelgroep, de omgeving. Geen perfecte plaatjes.
  • Maak het herkenbaar. Gebruik telkens dezelfde soort foto’s/kleuren/lettertype/stijl. Dan herkennen mensen je sneller.

Tip: Canva.com is een eenvoudige tool waarmee je al je uitingen in dezelfde stijl kunt opmaken.

Ga voor een vast ritme

Je hoeft niet dagelijks te posten om zichtbaar te zijn. Maar het helpt wel als je met regelmaat post. Dus niet de ene week iedere dag en dan weer twee weken niet. Het is handig om hier een contentkalender voor te maken. Die kan er bijvoorbeeld zo uitzien:

  • 1x per week conversatie of educatie afwisselen
  • 1x per week weken connectie, inspiratie of ontspanning afwisselen
  • 1x per 2 weken promotie

En offline:

Ga 1x per maand naar het wijkcentrum, de fysio, supermarkt, bibliotheek of schrijf het wijkblad of de lokale krant aan. Gebruik een van je formats als basis. Bijvoorbeeld:

  • Vraag van de week als mini-vraag op een poster met QR
  • Veelgemaakte fout als column voor het wijkblad
  • Poster met aankondiging van je nieuwe training

Door je uitingen te plannen, zorg je voor regelmaat en consistentie.

Wil je hiermee aan de slag?

Download hieronder het werkblad met oefeningen om jouw formats en contentmix te kiezen, plus een mini-planning die past bij jouw wandeltype en de plekken die je in Deel 3 hebt gekozen.

Download het werkblad 'Waar vind ik mijn deelnemers?'