Ruimte voor sport
Een voorbeeld van zo’n traject draait om meer ruimte voor sport. Daarvoor wil de sportsector graag een vaste plek in plannen voor ruimtelijke ordening en leefomgeving. Bij de inrichting van een gebied kunnen de plannenmakers dan al vanaf het begin rekening houden met voldoende ruimte voor sport en beweging. En daar niet pas naar kijken als bijvoorbeeld een woonwijk al is gebouwd.
In april 2026 nam de Tweede Kamer een motie aan die dat mogelijk maakt. Sport, bewegen en spelen worden onderdeel van de definitieve landelijke Nota Ruimte. Het ministerie van VWS ontwikkelt daar zogeheten ‘ruimtelijke richtlijnen’ voor en moet stimuleren dat gemeenten die ook gaan gebruiken.
“Vanuit de sportsector hebben we daar drie jaar aan gewerkt”, vertelt Eibert. “Via inspraakmomenten, commissievergaderingen, het Overlegorgaan Fysieke Leefomgeving en gesprekken met Kamerleden. Met onderzoek, beleidsadvies, ruimtelijke oplossingen, een mini-congres en een jongerenmanifest. Nu moeten we volgen of de motie ook volledig wordt uitgevoerd. We zijn er nog lang niet, maar de motie was wel een mooie mijlpaal.”